WETENSWAARDIGHEDEN

WETENSWAARDIGHEDEN OVER DE FAMILIE.


english version

INHOUD.


Het oudste document.

Het tot nu toe oudste document dat is gevonden dateert van 15-01-1709 en betrof de verkoop door WILLEM CAUBO van een stuk akkerland aan WILLEM KICKEN, groot 65 kleine roeden, gelegen in de buurt van de Hoppenheuvel in het Etenakerveld. De verkoopsom moest gedeeltelijk in geld worden betaald n.l. 18 Stüber Maastrichter koers per kleine roede en gedeeltelijk in natura n.l. 2 vaten haver en een vat erwten. (zie afbeelding)

top

Gouden Bruiloft 1904.

Een foto gemaakt ter gelegenheid van het 50 jarig huwelijksfeest (gehuwd 2-11-1854) van
Caubo Jan Lambert geb. 3-4-1829 ovl. 24-5-1907 en Dautzenberg Anna Maria geb. 13-3-1835 ovl. 21-1-1913.

Op de foto van links naar rechts de kinderen:
1. Maria Gertrudis geb. Schoonbron 26-5-1855.
2. Maria Catharina geb. Wijlre 1-10-1859.
3. Maria Gertrudis Hubertina geb. Wijlre 29-12-1861.
4. Elisabeth geb. Wijlre 21-3-1870.
5. Jan Lodewijk geb. Wijlre 10-5-1878.
6. Joannes geb. Wijlre 5-12-1872.
7. Jan Hendrik geb. Wijlre 4-12-1865.
8. Hubert Joseph geb. Wijlre 9-3-1863.

De andere kinderen:
-Pieter Hubertus geb. Wijlre 3-10-1857.
-Maria Johanna geb. Wijlre 23-12-1867.
-Johannes geb. Wijlre 11-12-1864.
-Maria Johanna geb. Wijlre 11-12-1864.
waren toen (1904) al overleden.

Op het schild in de versiering staat:
De gouden jubelkrone
Zij siert U twee 'n tienjarental
Tot dat uw deugd ter lone
top Het diamant U sieren zal.


Zuster M(aria) Isentrudis, Zusters van Liefde.

Er was ook een zuster binnen de Caubo-familie.

Het betrof: Caubo Maria Gertrudis, geboren 26-05-1855 te Schoonbron, dochter van Jan Lambert (Lambertus) Caubo geboren te Wijlré en Johanna Maria Dautzenberg geboren te Klimmen.
Zij was de oudste dochter van het gezin en een zus van de stamvaders van de diverse takken (Bocholtzer, Ransdaler, Schin op Geulse en Venlose tak).

Op 15-10-1878 trad zij in in de Congregatie van de Zusters van Liefde van O.L.Vr. Moeder van Barmhartigheid te Tilburg.
Zij ontving de naam Zr. M(aria) Isentrudis.

Na haar opleidingstijd volgde haar Tijdelijke Professie *) op 21-11-1879.
Het moment van haar Eeuwige Professie **) volgde op 01-08-1882.

Zr. M. Isentrudis woonde en werkte achtereenvolgens te:

1882-08-01       Valmeer (B)
1884-09-23       Baltic (USA, Connecticut)
1892-augustus Taftville (USA, Connecticut)
1896-07-15       Sclayn (B)
1897-02-15       Borgloon (B)
1910-09-17       Moergestel

Zij overleed op 02-07-1911 te Moergestel.

Er kon niet meer worden achterhaald welke werkzaamheden zij binnen de Congregatie heeft verricht. Uit de datums van verplaatsingen en de huizen waar zij heeft gewoond mag voorzichtig worden geconcludeerd dat zij waarschijnlijk in het onderwijs heeft gewerkt. Zeker is dat echter niet.


Bron: Met dank aan Mw. Lilian Hecker van het Generaal Archief van de Congregatie Zusters van Liefde Oude Dijk 1, 5038 VL Tilburg voor het verstrekken van deze informatie.

*) Na de opleidingstijd volgt de tijdelijke professie. De novice verbindt zich voor een beperkte tijd (vaak drie jaren) aan de orde of congregatie en legt daartoe geloften af van armoede, gehoorzaamheid en celibaat. De tijdelijke professie heeft meestal consequenties voor de bevoegdheden, taken en kleding van de kloosterling.
**) Pas als de periode van de tijdelijke professie is verstreken, breekt het moment aan voor de eeuwige professie waarbij geloftes voor het leven worden gedaan. De kloosterling verbindt zich voor de rest van zijn leven aan de kloostergemeenschap en omgekeerd accepteert de gemeenschap de verantwoordelijkheid en de zorg voor dit lid.


Veldwachter Jan Hendrik Caubo

(stamvader van de Schin op Geulse tak)

Jan Hendrik Caubo werd geboren te Wijlre op 4 december 1865 als zoon van Jan Lambert Caubo en Maria Dautzenberg. Hij trouwt op
8 november 1888 met Maria Elisabeth Hubertina Direx waarmee hij 11 kinderen zal krijgen.

In 1898 is hij onbezoldigd rijksveldwachter en heeft hij als jachtopziener bij de heer Vilters Masbourg van Chaloen een jaarwedde van honderd gulden.

Waarschijnlijk naar aanleiding van een advertentie van het gemeentebestuur solliciteert hij naar de functie van bezoldigd veldwachter in de gemeente Schin op Geul.
Overigens, er zijn 9 sollicitanten, waaronder Willem Bemelmans uit Strucht, Johannes Hubertus Geurts uit Schin op Geul, Johannes Martinus van Mouche,spoorwegarbeider, geboren in Schin op Geul en woonachtig in Kerkrade. Ook ene Theodoor Maas uit Grubbevorst doet een poging veldwachter van Schin op Geul te worden, ondanks een veroordeling van 15 dagen gevangenisstraf wegens mishandeling.
De burgemeester licht het doopceel van Jan Hendrik en maakt de volgende aantekening:
"Zijn gedrag is goed, de bekwaamheid en geschiktheid is voldoende,zoals gebleken is uit het vervullen van zijn betrekkingen, woont sedert 4 jaren in de gemeente, maar heeft geen verwanten".
Op 10 maart 1900 volgt de aanstelling als veldwachter met een jaarwedde van 150 gulden, met de aantekening dat deze wedde bij gebleken geschiktheid zal worden aangepast. Op 22 augustus 1901 herinnert hij het gemeentebestuur in een brief hieraan:" .... dat hij wegens trouwe plichtsbetrachting vermeent op de beloofde traktementsverhoging thans te mogen een beroep te doen." Zijn salaris wordt verhoogd naar 200 gulden.
Op 25 juni 1902 wordt Jan Hendrik belast met het invorderen van de gemeentebelastingen, hetgeen hij blijft doen tot 1913.

In september 1903 richt hij een verzoek aan het gemeentebestuur ter verkrijging van een nieuw uniform. Ook vraagt hij weer om salarisverhoging in verband met zijn grote gezin en het feit dat hij weinig bijverdiensten heeft. Waarschijnlijk worden deze wensen afgewezen en moet Jan Hendrik zich wenden tot de Commissaris der Koningin. Deze adviseert het gemeentebestuur op 1 juli 1904 de jaarwedde te verhogen naar 300 gulden. Een verzoek van het gemeentebestuur aan de commissaris om Jan Hendrik als onbezoldigd veldwachter aan te stellen wordt afgewezen.

De hoogte van het jaarsalaris blijft de aandacht houden. Op 17 december 1909 neemt het gemeentebestuur het volgende besluit: "lnzage genomen hebbende van het verzoekschrift van de veldwachter J.H. Caubo om een beter bezoldiging als zodanig, besluiten wij diens jaarwedde te bepalen op 400 gulden vanaf 1 januari 1908 en hem toe te kennen twee drie-jaarlijkse verhogingen van 25 gulden elk."

Per 1 februari 1908 sluit de gemeente een ongevallenverzekering af voor de veldwachter en wel tegen een premie van fl. 6,60 per jaar.

Dat de veldwachter niet gemakkelijk was en ook niet gauw uit het lood geslagen blijkt uit het volgende.

Bij beschikking van 20 november wordt hem de machtiging van onbezoldigd rijksveldwachter ingetrokken, waarna hij een brief schrijft aan de minister van Justitie om rehabilitatie. Hij krijgt echter nul op zijn rekest, want op 21 december van dat jaar ontvangt Caubo een brief van de officier van justitie met de volgende inhoud: "dat de resultaten van het nader ingesteld onderzoek van dien aard zijn, dat niet teruggekomen kan worden op de beschikking van 20 november 1908, waarbij zijne commissie van onbezoldigd rijksveldwachter is ingetrokken."

Dat steekpenningen ook al rond 1900 gegeven werden blijkt wel uit de zuiveringseed die Caubo bij zijn herbenoeming in 1912 moet afleggen:
"lk zweer dat om veldwachter der gemeente Schin op Geul te worden benoemd, ik middellijk of onmiddellijk aan gene personen, hetzij binnen of buiten het bestuur, onder wat naam of voorwendselen ook enige giften of gaven beloofd of gegeven heb, noch beloven of geven zal. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig."

In datzelfde jaar begint veldwachter Caubo met de bouw van een zwembad aan de Geul.

Op 4 maart 1916 keurt het Ministerie van Financien het goed dat de gemeente Schin op Geul een pensioen inkoopt voor de veldwachter en wel van fl. 425,00 per jaar.

Dat de veldwachter hardhandig kan optreden, blijkt uit een arrest van het gerechtshof in 's Hertogenbosch, d.d. 18 maart 1916, waarbij in hoger beroep het vonnis van de rechtbank van Maastricht bevestigd wordt en Jan Hendrik Caubo conform die uitspraak veroordeeld wordt tot een geldboete van fl. 25,00, subsidair 25 dagen hechtenis in verband met een mishandeling.

Op 19 februari 1919 klimt de veldwachter weer in de pen en verzoekt het gemeentebestuur zijn salaris aan te passen aan de normen van de naburige gemeente Klimmen zijnde duizend gulden per jaar. Zijn salaris dat inmiddels fl. 550,00 bedraagt wordt dan verhoogd naar fl. 600,00.

Door een ongeval met zijn fiets op 19 januari 1926 kan hij zijn werk enige tijd niet uitvoeren en wordt er door de verzekering een bedrag van fl. 25,00 uitbetaald.
Nog in datzelfde jaar begint de veldwachter te kwakkelen met zijn gezondheid. Op 23 december 1926 schrijft de burgemeester aan de Commissaris der Koningin dat hij vanaf 10 december jl. wegens ziekte verhinderd is zijn dienst waar te nemen en dat dit wel tot half januari kan duren. Vanaf 13 februari 1928 meldt de veldwachter zich weer ziek en dat duurt tot 24 februari, terwijl het jaar daarna weer een ziekmelding komt vanaf 22 februari tot 14 maart.

In een schrijven van 12 februari 1930 verzoekt Jan Hendrik aan het gemeentebestuur zijn bezoldiging aan te passen aan andere veldwachters uit de buurt, temeer met het oog op zijn gezondheid en hoge ouderdom, zodat hij straks een fatsoenlijk pensioen zal krijgen.

Omdat Caubo vanaf 5 maart 1930 niet meer op het gemeentehuis verschijnt en ook geen reden opgeeft, schrijft de burgemeester aan de Commissaris van de Koningin, maar ook aan Caubo een brief waarin hij diens nalatigheid en geringe dienstijver ter kennis brengt. De veldwachter is slim. Op 12 maart bezorgt hij bij de gemeente een verklaring van Dr. de Wever uit Nuth, waarin staat dat hij voorlopig zijn dienst niet kan hervatten vanwege jicht.
Caubo blijkt op 5 maart wel op het gemeentehuis te zijn geweest, waar hij van de burgemeester een opdracht kreeg een onderzoek in te stellen naar de uitvoering van de bouwverordening in het Gerendal. Daar zijn ziekte hem belette die weg af te leggen heeft hij die opdracht laten uitvoeren door Rijksveldwachter Meyer van Oud-Valkenburg, dit alles zonder medeweten van de burgemeester.
De spanning loopt nu echt op. Op 14 maart schrijft de Commissaris een brief aan de burgemeester waarin hij vraagt de veldwachter te bewegen zijn ontslag aan te vragen wegens gevorderde leeftijd. In een brief van 5 mei schrijft de burgemeester aan Caubo: "Daar door U reeds twee maanden wegens ziekte geen dienst is gedaan en overbekend is dat gij thuis werkt, zodat uw ongesteldheid van geen betekenis is, verzoek ik U voor 15 mei a.s. uw werkzaamheden te hervatten of voor dien datum uw ontslagaanvrage in te dienen."
In een brief van 4 juni aan de Commissaris der Koningin schrijft de burgemeester dat het salaris van Caubo vanaf 1 januari 1930 verhoogd is tot fl. 1400,00 met de vermelding: "Ware veldwachters dienstijver te waarderen geweest, ik ben overtuigd dat de Raad zijn jaarwedde reeds lang hadde verhoogd, immers de arbeider moet ook zijn loon waard zijn. De Raad en ingezetenen der gemeente nemen aanstoot aan het ziek zijn van de veldwachter. Hij werkt thuis, gaat geregeld uit, bezoekt cafe, bioscoop enz; en met de Valkenburgse kermis van 1-3 juni jl. is hij tot laat in de avond in Valkenburg geweest".
Op 12 juni krijgt Caubo de opdracht om eervol ontslag aan te vragen voor 20 juni a.s., zoniet wordt ongevraagd ontslag gegeven.
Op 1 september 1930 wordt veldwachter Jan Hendrik Caubo eervol ontslagen als veldwachter der gemeente Schin op Geul.
Hij neemt daar echter geen genoegen mee en vraagt een keuring aan om in aanmerking te komen voor een invaliditeitspensioen. Hij voert aan dat zijn ziekte toe te schrijven is aan het sjouwen van zware zakken graan tijdens de distributietijd naar en van de zolder der gemeente.

Waarschijnlijk heeft de veldwachter reeds een voorschot op zijn pensioen gehad gedurende die periode, want op 23 juli 1940 wil de gemeente beslag laten leggen op het pensioen van Jan Hendrik. Dit wordt door de vereniging van Nederlandse Gemeenten van de hand gewezen.
Caubo is inmiddels verhuisd naar de Oud-Valkenburgerweg no. 40, gemeente Valkenburg. Omdat hij in onmin raakt met zijn kinderen, laat hij via een gerechtelijke uitspraak zijn bezittingen veilen. Bij de eerste verkoping koopt de ex-veldwachter zelf de boedel, maar kan de kooppenningen niet betalen, zodat een jaar later de oudste zoon tijdens de tweede verkoop alles koopt. De hypotheek en de kosten van de verkoop zijn bijna net zo hoog als de verkoopprijs, zodat er weinig overblijft om te verdelen."

De burgemeester schrijft in deze periode aan de rijkscommissaris: "Vader Caubo heeft elf oppassende kinderen, die allen hun werkkring hebben en enige dagen terug vernam ik dat de kinderen toenadering zoeken tot hun vader en alles in het werk stellen om hem een passender huisvesting te bezorgen."

Bronnen:
Gemeentearchief Valkenburg a/d Geul
top Familiearchief.

Bron: Periodiek Heemkundevereniging Schin op Geul, auteur Dré Kickken.


Gezin veldwachter Caubo.

Het gezin van veldwachter Harie Caubo in Schin op Geul rond 1912.
Vader Jan Hendrik Caubo geb. Wijlre 4-12-1865, moeder Maria Elisabeth Hubertina Direx geb. Voerendaal
24-2-1865.

Op de foto de kinderen:

4 32156
79--108
--11---

1. Anna Catharina (An) geb. Schin op Geul 28-10-1889.
2. Johannes Michael (Sjeng) geb. Maastricht 28-4-1891.
3. Hubert Joseph (Sjöf) geb. Meerssen 30-4-1893.
4. Andries (Andrees) geb. Schin op Geul 21-9-1895.
5. Maria J.G.M. (Mai) geb. Schin op Geul 23-5-1897.
6. Jan Gerard Hendrik (Harie) geb. Schin op Geul 25-3-1899.
7. Jan Lodewijk (Louis) geb. Schin op Geul 20-5-1901.
8. Hendrik Hubertus Eduard (Eed) geb. Schin op Geul 23-2-1903.
9. Johannes Gerardus (Sjir) geb. Schin op Geul 24-11-1904.
10.Johannes Hubertus (Hub) geb. Schin op Geul 12-9-1906.
top 11.Johannes Petrus (Piet) geb. Schin op Geul 12-1-1909.


HUIZE ROZENHOF.















Hierboven ziet u twee foto's van het huidige hotel Huize Rozenhof in Schin op Geul.
Dit pand werd in 1912 door veldwachter Harie Caubo (Jan Hendrik) gebouwd. Hier hebben de elf kinderen (An, Sjeng, Sjöf, Andrees, Mai, Harie, Louis, Eed, Sjir, Hub en Piet), van de Schin op Geulse tak van de familie Caubo, hun jeugd doorgebracht.

De Rozenhof is in latere jaren nog eens in handen van de familie geweest.
In 1973 kocht Harrie Evers (zoon van Mai Evers-Caubo) het pand, dat toen hotel De Waterval heette. Omdat hij zelf op Curacao woonde, liet hij een manager het hotel/restaurant exploiteren terwijl zijn broer Frans de zaak vanuit Nederland in de gaten hield. Helaas kwam Harrie met carnaval 1974 door een ongeval om het leven.
In 1976 is het pand weer verkocht.
De overlevering zegt dat de koper op de zolder van het pand een oud schilderij van de Rozenhof vond en toen de naam weer heeft gewijzigd in "Rozenhof".




top

HET VERDWENEN ZWEMBAD VAN SCHIN OP GEUL.


In Schin op Geul was de heer Harie Caubo de dorpsveldwachter. Hij bouwde in 1912 op de heuvel, die het Geuldal naar het noorden afgrendelt, een huis. Rozenhof noemde hij het. Vandaag de dag is het een fraai gelegen horecabedrijf. Toen hij de Rozenhof bouwde, lag er nog geen waterleiding en kon het pand niet worden aangesloten op het electriciteitsnet. Water moest het gezin Caubo halen bij een pomp beneden langs het Geulvoetpad. Waar mogelijk was de heer Caubo zijn tijd echter toch vooruit. Zo was hij een van de eerste radiobezitters (door middel van een accu) en een van de eerste telefoonabonnees van Schin op Geul. Bij zijn woning behoorde een flinke lap grond, die reikte tot aan de waterval die mede het peil bepaalde van de molentak van de watermolen van kasteel Schaloen. Harie Caubo moet wel een man met visie zijn geweest om in de twintiger jaren een zwembad te stichten. Tot ver in de omtrek was er geen publieke zwemgelegenheid. Schin op Geul nam dus een bevoorrechte positie in. Pal naast de waterval werd een bassin gegraven. Gemengd zwemmen was in die dagen taboe, vandaar dat een hoge houten schutting het bassin in tweeën scheidde. Weliswaar waagden de jongens door de spleten tussen de planken menige steelse blik in het damesbad en de allerbrutaalsten zwommen zelfs in een overmoedige bui bij tijd en wijle onder de houten wand door, daarbij de door eigenaar Caubo zorgvuldig gespannen draden trotserend, maar aan de scheiding der seksen bleef op overheidsvoorschrift streng de hand gehouden. Mocht men anders verwachten van een man die zelf Hermandad vertegenwoordigde ?
Het Geulzwembad werd uitgestoffeerd met een vroeger wachthuisje, kompleet met klapdeuren, dat de heer Caubo van de Nederlandse Spoorwegen had overgenomen. Het had bij het station van Schin op Geul dienst gedaan. Hij bouwde er van bakstenen een gebouwtje aan vast. Wie nu nog vanuit Valkenburg langs de Geul wandelend Schin op Geul nadert, treft er nog altijd het fraai in het dal gelegen woonhuis aan dat uit het zwembadgebouw is voortgekomen. Natuurlijk mankeerden evenmin de voorgeschreven kleedcabines, ruim twintig in getal, gecompleteerd door een grotere familiekleedruimte waar pa, ma en de kinderen gelijktijdig hun dagelijkse kleren voor zwemkleding konden verruilen. Voor degenen die daar niet over beschikten, waren er overigens zwempakken te huur. Een dubbeltje kostte het huren, maar het kwam vaker voor dat zwempakhuurders bij het naar huis gaan "vergaten" het gehuurde in te leveren.
Er werden bij het zwembad terrastafeltjes en stoeltjes geplaatst, waar de zwemmenden en de wandelaars een verfrissing konden gebruiken. Verfrissing is het juiste woord want de dranken werden koel gehouden in het in de wand tegenover het Geuldalvoetpad uitgehouwen grotje, dat er zich nog altijd bevindt. Daar werd trouwens ook het fruit van de eigen boomgaard bewaard dat de heer en mevrouw Caubo de gasten en passanten te koop aanboden.
Het in tweeën gesplitste bassin verkreeg badwater via drie buizen uit de Geul. Een andere buis diende als overloop naar het lager gelegen gedeelte van de Geul achter de waterval. Op eigen kracht was er in het zwembad zodoende altijd stromend water en eventueel bovendrijvende ongerechtigheden verdwenen via dezelfde afvoerbuis al even automatisch in de Geul.
Er bevonden zich twee springplanken, waar druk gebruik van werd gemaakt. Geoefende zwemmers sprongen trouwens ook vanaf de waterval in de Geul, doch dat was eigenlijk te gevaarlijk. Maar zowel de heer Caubo als zijn badmeester, die er enige tijd in dienst is geweest, knepen regelmatig een oogje dicht. Trouwens die badmeester had ook tot taak tegen betaling van een lesgeld gegadigden de zwemkunst bij te brengen. Daartoe had de heer Caubo een geniaal toestel laten bouwen. Een aan een paal bevestigde balk kon boven het bassin worden gedraaid, daaraan bevond zich een katrol met een zeil en zwemband, waarin de zwemlustige hangende vanaf de kant vakkundige aanwijzingen ontving.
Als extra attractie schafte de heer Caubo een drietal roeiboten aan, waarmee de gasten tegen betaling op de Geul konden peddelen.
Attractief was overigens ook wel de dierentuin die de heer Caubo bij zijn Rozenhof had gesitueerd. Daarin bevond zich één exotisch dier, een aap, maar daarnaast kwamen er allerhande, zelf gevangen dieren uit de eigen omgeving in voor zoals een das, enkele vossen, diverse eekhoorntjes, een bunzing, veel vogels en zelfs een exemplaar van de in onze contreien zeldzame zevenslaper relmuis).
Dat het water van het Geul-zwembad zelfs op warme zomerdagen volgens hedendaagse begrippen (te) koud was, spreekt voor zichzelf. Maar de zwemlustigen namen er genoegen mee. Totdat er klachten opdoken over de ziekte van Weil, een bactierieziekte die door ratten wordt overgebracht. Toen kwam het Geul-zwembad van de heer Caubo in gevaar. Het bleef enige tijd touwtrekken om het voortbestaan, maar het lag voor de hand dat het zwembad geen verdere toekomst had als er geen kostbare filterinstallatie werd aangelegd.
Nu ruim een halve eeuw later, zijn er alleen maar voor degenen die het hebben meegemaakt nog zichtbare sporen van een zwembad in Schin op Geul te zien. Een zwembad, dat hoe primitief dan ook, getuigde van de durf van een markante inwoner van dit dorp. Veel bewoners van het gebied langs de Geulrand leerden er zwemmen. De logeergasten ervoeren het als een extra service in het toenmalig "toeristisch pakket".
De waterval is, na veel beschadigingen door hoog water, hersteld en ziet er nu anders uit dan in de tijd dat de zwembadbezoekers er een waaghalzerige duik maakten. Nog zichtbaar zijn de resten van het voetpad dat vanaf het voormalige zwembad naar het wandelpad werd aangelegd. Tot op enkele meters na kwam het gereed. Toen werd het zwembad gesloten.
De rest is herinnering. Herinnering aan de man, die in uniform (met op de pet de letters S.o.G) zorgde voor orde en rust in en rond de voormalige gemeente Schin op Geul en die anderzijds zonder uniform de mensen leerde zwemmen.

Bron: Periodiek Geulrand nr. 5 ; januari 1984.









Eén van de roeibootjes op de Geul in 1938.
In het bootje Hubert Joseph (Jos) Caubo met
zijn twee zonen Harry (6 jaar) en Dolf (5 jaar).














top

Jan Pieter Caubo stamvader van de Vaalser tak

Jan Pieter werd op 11-11-1826 geboren als tweede zoon uit het huwelijk van Matthias Caubo (meestal Matthijs genoemd) en Maria Ida Cobbenhagen (gehuwd 10-1-1824).
De eerste zoon uit dit huwelijk was Jan Willem (1824) en de derde zoon was Jan Lambert (1829). De kinderen groeiden op in Kapolder een gehucht dat men nu nog kan vinden tussen Wijlré en Partij.
Op 25 jarige leeftijd (26-6-1851) trouwde Jan Pieter met Maria Alexandrina Knops en vestigde zich in de woonplaats van de bruid Wahlwiller-Wittem.
Op 20-9-1852 werd zoon Carl Frederik Wilhelm geboren die op 11-5-1882 trouwde met Johanna Maria Hubertina Bodelier. Zij vestigden zich in het ouderlijk huis van de bruid, het bekende boerderijtje "Op ge Bergske" in Oud-Lemiers.
Jan Pieter overleed op 80-jarige leeftijd op 9-4-1907 in Wahlwiller-Wittem.

Twee documenten uit deze tijd zijn interessant

1) In 1881 werd een akte van deling opgemaakt tussen de drie broers Jan Willem, Jan Pieter en Jan Lambert (3 andere zonen uit het gezin waren toen al overleden). Het totaal te erven bezit werd geschat op 4200 gulden en elk der kinderen kreeg een lot d.w.z. een derde van de te verdelen bezittingen.
De oudste Jan Willem nam de hoeve met een gedeelte van de grond in de Kapolder over. De twee andere broers verdeelden de rest van de erfenis bestaande uit enkele boomgaarden, weien en stukken akkerland.

2) Het andere geschrift betreft een aankondiging uit het jaar 1904 (zie afbeelding).
Volgens dit aanplakbiljet ging Jan Pieter, hij was toen al bijna 80 jaar en weduwnaar, over tot verpachting van zijn 4 hectare akkerland en boomgaarden. Tevens bood hij zijn veestapel, enig huisraad en werktuig te koop aan.
   

top

Bron: Boekje Jan Pieter Caubo Leven en Werk 1883-1973 Vaals.


JAN PIETER CAUBO "LEVEN EN WERK" 1883-1973.

Jan Pieter Caubo, kleinzoon en naamgenoot van de stamvader van de Vaalser tak, werd geboren op 8 maart 1883 in Oud-Lemiers. Zijn ouders Carl Caubo en Johanna Bodelier woonden toen in het ouderlijk huis van Johanna, het bekende boerderijtje "Op ge Bergske".

DE JEUGDJAREN VAN JAN PIETER.
Van zijn jeugdjaren is weinig of niets bekend. Wel is zeker dat hij in Vijlen naar school is gegaan.
Als oudste van het gezin, moest hij ook thuis helpen met het voeren van de varkens en de kippen en ook het verweiden van de koeien behoorde tot zijn taak.
Na zes jaar lagere school, op een leeftijd van ongeveer 12 jaar, ging hij al met zijn vader, die metselaar was, als hulpje mee naar het werk.

DE PERIODE TOT 1916.
In die tijd was de economische situatie in Vaals slecht en de werkende bevolking van Vaals oriënteerde zich volledig op Aken. Ook Jan Pieter deed dat.
Na zijn eerste baantje, de dennebeplanting op de Schneeberg in Duits-Lemiers, begon hij bij Gärtner Schans in Vaalserquartier als tuindersknecht. Hier nam hij ontslag en na een korte periode als bediende bij de Akense lakenfabrikant Ehrens, begon hij bij Graf von Fürstenberg op het Schloss Stammheim bij Köln. Bij deze graaf werd Jan Pieter aangenomen als bediende maar later werd hij ook chauffeur. Hier zat hij dan achter het stuur van een zgn. K.A.D., een auto met accu-motor, waar nog geen rijbewijs voor nodig was. Uit een brief, die hij op 16 augustus 1906 naar Lemiers stuurde, bleek dat hij niet erg tevreden was met zijn inkomen. Hij had om loonsverhoging gevraagd en als dat niet zou worden ingewilligd zou hij een andere baan zoeken. Of zijn verzoek is geweigerd is niet bekend, maar hij keerde na enige tijd terug naar Aken.
Zijn nieuwe baas heette Rüttgers. Het bekende autopaleis aan de Hochstrasse.
Eerste vereiste was nu natuurlijk het rijbewijs. Op 15 maart 1910 slaagde hij voor het examen, waarmee hij waarschijnlijk als eerste Vaalsenaar toestemming kreeg "Einen Kraftwagen über zehn P.S. zu führen (zie afbeelding).


Zijn laatste werkgever was Preim groot-industrieel, eigenaar van de gelijknamige metaalfabrieken in Stolberg, die hem als privé-chauffeur voor zijn pas gekochte Clement Bayard in dienst nam.
Het werk bij Preim beviel hem uitstekend.
Het enige nadeel was dat hij nu gescheiden was van Anna, die hij in Lemiers moest achterlaten. Korte tijd later trouwden ze dan ook. Het huwelijk van Jan Pieter en Anna werd ingezegend op 23-11-1912 in de parochiekerk te Oirsbach.
Het jonge paar verhuisde daarna naar Büsbach, een dorp vlakbij de woonplaats van zijn werkgever Preim.

De Clement Bayard werd later vervangen door een uiterst fraaie en stijlvolle zes-cylinder Renault waarvan het chauffeursgedeelte open was. (zie afb.)

In 1914 brak echter de eerste wereldoorlog uit en alle particuliere auto's werden in beslag genomen. Hierdoor was er geen werk meer voor Jan Pieter. Door deze omstandigheid gedwongen trad hij weer in dienst bij Rüttgers in Aken. Dit zou echter niet erg lang duren, want al snel zou hij voor zichzelf gaan beginnen.

1916 - GARAGE INTERNATIONAL.

In 1916 slaagde hij erin het Schnabel-huis annex loods aan de Lindenstraat te huren.
Dit werd de start van garage International.
Zijn eerste aankoop betrof een Braisier, een gesloten vrachtwagen. Na een grondige opknapbeurt, waarbij tevens ruiten werden ingezet, kon de wagen als luxe mini-bus worden gepresenteerd. Als concurrent van de Wijlrése postkoets reed hij viermaal per dag tussen Vaals, Eijs en Wijlré. Ook werden vrachten van en naar het station getransporteerd. De bus, die de bijnaam "Grauwe Netta" kreeg, had als kenteken P1344. Het bijzondere hieraan was dat het nummer niet bij de wagen bleef maar bij de eigenaar. Iedere provincie had zijn eigen letter en voor Limburg was dat de hoofdletter P.

Het huis aan de Lindenstraat had toch zijn beperkingen en zo kocht Jan Pieter op 22-1-1917 voor een bedrag van f 7008,- het pand van de gendarmerie aan de "Neujje Weg" (tegenwoordig Maastrichterlaan). Het gebouw werd in gebruik genomen op 7 mei 1917 de geboortedag van zijn zoon Willy.

Een anekdote uit die tijd die niet onvermeld mag blijven is de volgende:
Op weg met een paar veehandelaren werd Jan Pieter in de omgeving van Geilenkirchen aangehouden voor controle van de grenspapieren. Maar dat zat helemaal fout. Hij beschikte niet over de vereiste papieren en de kwestie kwam voor de rechtbank. Met een boete kwam hij er echter niet af, omdat door de oorlogsomstandigheden deze overtreding veel zwaarder werd beoordeeld als was verwacht. Het vonnis luidde dan ook: Eén dag hechtenis, onvoorwaardelijk !
Een persoonlijk "Gesuchschrift"aan Kaiser Wilhelm II mocht niet baten. Het verzoek om gratie werd afgewezen en Jan Pieter moest, omdat hij anders niet meer naar Duitsland kon, één dag gaan "zitten" in Mullandslöh in Aken.

Nu volgde er een periode van grote bloei voor de garage. Er werden veel Duitse legervrachtwagens gekocht die na de verloren oorlog uit Frankrijk waren teruggekeerd. Deze auto's werden opgeknapt en vonden dan gretig aftrek in Nederland.
Ook het taxibedrijf floreerde. Het wagenpark was in 1922 uitgebreid met een Brennabor, een Adler Torpedo en een Opel. Deze Brennabor was de eerste auto van Jan Pieter met electrisch licht. Een accu, zesmaal zo groot als de huidige en een dynamo van eveneens abnormale omvang, moesten voor deze nieuwe luxe zorgdragen. Het bijladen was echter nog niet helemaal technisch perfect geregeld want na b.v. een nachtelijke rit naar Maastricht moest de terugreis wegens gebrek aan stroom weer zonder licht worden afgelegd.
Goedkoop in onderhoud waren deze auto's zeker niet. De genoemde Brennabor aangeschaft voor f 1800,- had reeds na een halfjaar eenzelfde bedrag aan reparaties gekost, waarvan alleen al f 1100,- aan banden.
Uit rekeningen uit die tijd kon je opmaken dat de benzineprijs in anderhalfjaar schommelde tussen f 0,45 en f 1,65 per liter.
Deze benzine kwam in Vaals aan in kisten van 60 liter. De inhoud werd dan overgeschud in vaten en door middel van een ingenieuze handpomp in het reservoir van de auto getankt.

Het werk in de garage was niet van gevaar gespeend zoals blijkt uit het volgende verhaal van de heer Jaegers, medewerker van het eerste uur.
Bij het schoonmaken van de cementen vloer achter de garage kwam een andere medewerker in aanraking met een bloot liggende stroomdraad. Jan Pieter kwam toerennen om hem uit de benarde positie te bevrijden, maar kwam zelf ook in de greep van de electrische stroom. Gewaarschuwd door de blaffende hond kwam de heer Jaegers tenslotte als reddende engel en sloeg met een welgemikte klap de electrische draad los.

Een ander voorval toont de vindingrijkheid van de medewerkers van garage Caubo.
In de garage werden 12 grote vaten wijn opgeslagen die op transport naar Duitsland waren. De vaten moesten daar blijven staan totdat de vereiste douanepapieren in orde waren gemaakt. Het toeval wilde dat de baas met zijn vrouw uit was en de verleiding werd te groot. Broer André met enkele anderen zagen hun kans schoon. Het eerste vat werd aangeboord, gedeeltelijk van zijn uitstekende inhoud ontdaan en weer met water op het juiste gewicht gebracht. Ook de andere vaten ondergingen dezelfde procedure en volgens insiders is er later ook aan Jan Pieters tafel menige liter gedronken.

In de dertiger jaren werd regelmatig verbouwd en werd het pand uitgebreid.
Maar al deze prachtige voorzieningen ten spijt, liepen de zaken achteruit. De grote crisisjaren kwamen eraan en ook het bedrijf van Jan Pieter werd met de gevolgen geconfronteerd. Later toen in Duitsland de (oorlogs)productie weer op gang kwam, werd het er door tal van protectionistische maatregelen voor de arbeiders en de middenstand van Vaals ook niet beter op. In deze tijd van grote malaise viel op 10 mei 1940 Hitler-Duitsland Nederland binnen. Enige dagen later was Nederland de zoveelste Duitse provincie.
Het zal duidelijk zijn dat het zilveren zakenjubileum op 16 maart 1941 onder deze omstandigheden dan ook niet kon worden gevierd.

De meest ingrijpende gebeurtenis tijdens de bezetting was zonder twijfel de brand die woedde in de nacht van 5 op 6 oktober 1942. De brandbom, geworpen door Engelse piloten die in de veronderstelling waren dat ze boven Aken vlogen, verwoestte bijna het hele pand. Met de opruimwerkzaamheden werd direct begonnen maar van een volledige opbouw van het verwoeste huis was geen sprake.

Een tweede tegenslag was de in beslagname van de auto P2225 in september 1944 "Für Wehrmachtszwecke".
Een maand later werd Vaals bevrijd

In 1954 werd een aanvang gemaakt met de bouw van een nieuwe garage aan het Wihelminaplein. Het nieuwe pand werd in 1956 geopend tegelijk met de viering van het 40-jarig jubileum.

Jan Pieter droeg in 1958 de garage officieel over aan zijn zoon Jozef.


In de zestiger jaren hebben er nog twee belangrijke jubilea plaatsgevonden.
-Op 23 november 1962 herdachten Jan Pieter en Anna het feit dat ze 50 jaar geleden elkaar het ja-woord hadden gegeven.
-Vier jaar later, op 16 maart 1966, was het 50 jaar geleden dat Jan Pieter zijn eigen bedrijf aan de Lindenstaat begon.

TOT SLOT.
Ter gelegenheid van zijn 90ste verjaardag in 1973 werd door kleinzoon Gerhard een boekje Jan Pieter Caubo - Leven en Werk 1883-1973 samengesteld. Het bovenstaande is een selectie hieruit.

In bovengenoemd boekje probeert kleinzoon Gerhard zijn opa als volgt te typeren:
-diep religieus met een grenzeloos geloof en vertrouwen in God.
-recht door zee, standvastig in zijn mening en soms wel eens compromisloos.
-gezelligheid en een harmonieus familieleven was een levensvoorwaarde.
-de patriarch van de familie met daarbij horend een toch wel autoritair gezag.
-gevoel voor humor en de gave om bijnamen te verzinnen zoals: (Kleine Schritteman; Staase; Frau Uhu; Herring; Koppemeneer; Hottentotte; Raenpiete en Kloasmender)
-stipt, nauwkeurig en precies.
Te laat komen was voor hem een verschrikking, iets niet zo precies uitvoeren als het moest, een ramp.
Dit alles gecombineerd met zijn autoritaire houding heeft heel wat Caubo's en heel wat medewerkers aan het werk gezet en gehouden totdat het zó was als hij wilde.

Jan Pieter overleed op 2 oktober 1973 te Vaals, terwijl Anna hem al op 12-2-1967 was voorgegaan.

top

Joannes Caubo stamvader van de Bocholtzer tak.

De Bocholtzer tak van de familie begint met Joannes (Sjang) Caubo geboren te Wijlré op 5-12-1872, gehuwd op 27-5-1897 te Bocholtz met Maria Josepha Vincken (Maria) geboren te Bocholtz op 1-8-1865.
Joannes (Sjang) was een broer van Hubert Joseph (Venlose tak), Jan Hendrik (Schin op Geulse tak) en Lodewijk (Ransdaler tak).

Sjang en Maria vestigden zich in Oud-Valkenburg in het pand recht tegenover de kerk en de boerderij van Wimmers.
Ze hadden daar een café, terwijl Sjang daarnaast koster en dagloner was. Hun oudste drie kinderen werden daar geboren.
In 1900 verhuisden ze naar Wittem waar ze een hotel/restaurant hadden (het huidige de Rode Leeuw).
In 1903 verhuisden ze naar de ouderlijke boerderij van Maria (Op de Prickart) in Bocholtz. In die tijd woonden drie vrijgezellen Vincken (twee gezusters en een broer) op de boerderij. Toen de broer, Willem Vincken, overleed, hebben de twee gezusters hun zwager Sjang overgehaald om het hotel te ruilen met de boerderij.
Sjang is hier op 4-2-1948 overleden, terwijl Maria al op 28-4-1931 was overleden.
Sjang en Maria kregen zover bekend 7 kinderen, waarvan 2 jongens.
Beiden Zef (Joseph) en Sjeng (Johan Joseph Hubert) zijn niet getrouwd en in 1963 respectievelijk 1967 overleden.

Tijdens de tweede wereldoorlog toen de voedselvoorziening problematisch was, kwamen Harie (Jan Gerard Hendrik) Caubo en Frits (Jan Mathias Godfried) Rijcken echtgenoot van An (Anna Catharina) Caubo, die toen beiden in Terwinselen woonden, regelmatig op de boerderij en gingen dan nooit met lege handen naar huis.
In latere jaren was ook vaker Andrees (Andries) Caubo uit Arensgenhout, als fervent jager, te gast op de boerderij. Jarenlang heeft hij daar samen met de familie Senden gejaagd.

Zo ontstond en eindigde, met de dood van de twee broers, de Bocholtzer tak van de familie.

top

Bron: Met dank aan Jan Senden (kleinzoon van Sjang) voor het beschikbaar stellen van deze informatie.


GEZIN LOUIS CAUBO STAMVADER RANSDALER TAK.

Het gezin van Louis (Jan Lodewijk) Caubo uit Ransdaal.
Vader Jan Lodewijk Caubo geb. Wijlre 10-5-1878, moeder Maria Anna Maes geb. Klimmen 23-7-1879.

Op de foto de kinderen:
8 354679
--111210-

1. Vader Louis.
2. Moeder Anna.
3. Maria Johanna (An) geb. Ransdaal 30-9-1904.
4. Johannes Hubertus (Hub) geb. Ransdaal 5-11-1905.
5. Hendrik Joseph (Zef) geb. Ransdaal 14-6-1907.
6. Joseph Hendrik (Hai) geb. Ransdaal 4-7-1909.
7. Maria Gertrudis (Truda) geb. Ransdaal 12-1-1912.
8. Trinette (Netje) geb. Ransdaal 31-12-1913.
9. Johannes Antonius (Twan)geb.Ransdaal 9-2-1916.
10.Joannes (Johan) geb. Ransdaal 11-10-1918.
11.Maria Josphina Catharina (Mia) geb. Ransdaal 1-9-1920.

















Hierboven een foto van een schilderij van het ouderlijk huis van de Caubo's in Termaar Ransdaal.

Hieronder de bidprentjes van Louis en Anna.

      

top

HUBERT JOSEPH CAUBO STAMVADER VENLOSE TAK.

Hubert Joseph Caubo (Joep) Caubo werd geboren op 9-3-1863 in Wijlre als zoon van Lambert Caubo en Anna Dautzenberg. Op 24-10-1889 trouwde hij in Hulsberg met Maria Helena Peukens geboren op 9-10-1859 in Klimmen.
Zij kregen vier kinderen n.l. Anna Maria, Lambertus Hendrikus, Johannes Lodewijk en Hubertina Josephina Helena.

In 1896 nam Joep Caubo hotel restaurant "De Port van Cleve"aan de Vleeschstraat in Venlo over. *)
In 1901 liet hij een zaal aan het hotel aanbouwen, waar toneel, variété en andere vermakelijkheden werden vertoond.
In 1907 werden er in de zaal voor het eerst films vertoond. Het waren in het begin nog incidentele films, maar dat paste binnen de filosofie van Joep om de mensen met uiteenlopende attracties te vermaken.
Vanaf 1909 opende hij een vaste bioscoop waar iedere zondag nieuwe films werden gedraaid. Dit was een groot succes. Dat blijkt o.a. uit het feit dat b.v. in 1911 21% van de vermakelijkheidsbelasting van Venlo door Joep werd betaald.
In mei 1912 veranderde Joep de naam van de bioscoop in "Eerste Venlosche Kinematograph". Dit had er misschien mee te maken dat toen bekend werd dat er een tweede bioscoop in Venlo zou komen.
Enkele maanden later veranderde de naam opnieuw en werd nu het "Bioscope Theater". De herdoop werd gevierd met een eigen filmopname, die nu bekend staan als de oudste bewaarde filmbeelden uit Limburg. De film ging over de officiersbeëdiging van een Huzaar, die in de zaal van Joep hun officierssociëteit hadden.

Sjraar van Beek een kleinzoon van Joep vertelt:
Ik denk dat mijn opa een bijzondere man is geweest. Hij kwam toch maar uit het "zuiden" naar Venlo en werd daar in betrekkelijk korte tijd een betekenisvolle persoon. Hij had volgens mij veel en moderne plannen. Zijn oudste zoon Harry moest zijn opvolger worden, zijn andere zoon Louis moest studeren en ambtenaar worden en zijn dochters moesten gastvrouwen worden in het restaurant/hotel/pension dat hij voor ogen had. Zijn oudste dochter werd naar Hasselt in pensionaat gestuurd om Frans te leren spreken.
Restaurant de Port van Cleve moet rond 1900 iets moois geweest zijn. In de zaak stonden afwisselend dam- en schaaktafeltjes met daarop een hoge petroleumlamp.
Een deel van mijn jeugd heb ik in de Port van Cleve gewoond. Op zolder stonden tal van dingen waarmee Joep en waarschijnlijk ook Harry, zich hebben beziggehouden. Ouderwetse flipperkasten, pathefoons, kinomoscopen, typemachines, projectoren, camera's enz. In de kelder stond een hele installatie om kogelflesjes te vullen met spuitwater. Ook stond er een gasmotor met generator om de stroom op te wekken voor de filmprojector en de buitenverlichting en later ook voor de binnenverlichting van de zaak.
Zijn belangrijkste activiteit is natuurlijk de start van de bioscoop in 1909 geweest. Die werd al rap, tegen alle verdrukking in, een goed renderende zaak. De verdrukking kwam natuurlijk vanuit de katholieke geestelijkheid, die vond dat er van de film een verderfelijke invloed uitging. De overheid werkte flink mee aan die opvatting door o.a. de vermakelijksheidsbelasting op te schroeven. Hoe duurder immers de entreekaartjes hoe minder bezoekers, hoe minder bederf.
Joep heeft zich daar altijd fel tegen verzet.

Tijdens de kermis van 1920, de bioscoop heette toen inmiddels "Elite Bioscope", zou de film Christus worden vertoond. Harry, de oudste zoon van Joep en Helena die het bedrijf van zijn vader zou gaan overnemen, had voor die vertoning een spectaculaire stunt bedacht. Vanuit een vliegtuigje gooide hij strooibiljetten uit waarop uitvoerig reclame werd gemaakt voor de film. Het vliegtuigje stortte echter neer en geen van de drie inzittenden overleefden de ramp.

Dit was een zware klap voor Joep en Helena.
Ofschoon ze eigenaar bleven van de bioscoop werd enige tijd later de exploitatie overgedragen aan derden.

Sjraar vertelt:
Toen Harry in 1920 met een vliegtuigje in de stad neerstortte terwijl hij reclamebriefjes uitwierp voor de bioscoop veranderde de hele situatie. Joep is die klap niet te boven gekomen. Hij wilde met de bioscoop niets meer te maken hebben en verhuurde hem direct.
Wel heeft Joep nog twee aan elkaar grenzende huizen gebouwd. In één zou hij zelf gaan wonen, het andere moest een deftig pension worden. Helaas heeft hij er zelf nooit gewoond. De huizen waren practisch klaar toen hij stierf.

Joep overleed op 27-2-1926 in Venlo. Helena overleefde hem ruimschoots en overleed in Venlo 84 jaar oud op 18-1-1944.

Een achterkleinzoon van Joep, die overigens ook Joep heet, runt nog altijd met succes een bioscoop in Reuver.

*)GA Roermond, Repertorium notarieel archief J.L.H. Linssen, inv.nr. 1896/224.
16 september 1896
VENLO - Verkoop van huis, erf en tuin te Venlo gelegen sectie I 918, door Eugène Henri Charles Louis Strens te Roermond, aan Jozef Caubo te Venlo voor f. 18.500,‑.

DE VENLOSE BIOSCOOP

Een overzicht in vogelvlucht van het "levenswerk" van Joep Caubo, de Venlose bioscoop:

1907: Ontstaan van de bioscoop. In een zaal van hotel "De Port van Cleve" werd de eerste film vertoond.
1912: Rond mei kreeg de bioscoop de naam "Eerste Venlosche Kinematograph".
          Enkele maanden later werd de naam veranderd in "Bioscope Theater". Vertoning van de eigen filmopname "Huzarenfilm Venlo".
1920: De naam wordt weer veranderd nu in ELITE Bioscoop. De exploitatie gaat over in handen van Kleuskens en Zn.
1928: Er komt een nieuwe uitbater Antoon Zümdick.
          Rond maart vindt er een ingrijpende verbouwing plaats. Nieuw verlichting, nieuw meubilair en sanitair, een nieuwe "deftige"entree           en moderne olieverfschilderingen.
1930: Er wordt nu vaker gesproken over "City Theater Lichtspiele Venlo".
1938/1939: Exploitatie weer in handen van de familie Caubo.
          Grote verbouwing, waarbij de oude bioscoop praktisch werd afgebroken en helemaal opnieuw werd opgebouwd.
          De inrichting van het theater vond plaats in "art deco"stijl.
1944: Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het theater door bombardementen nagenoeg vernield, alleen de voorgevel bleef
          grotendeels staan.
1951: Heropening van het geheel vernieuwde theater.
2001: Vertoning van de laatste film "Titanic". Achterkleinzoon Joep besluit de bioscoop definitief te sluiten.

Bron:
-Publicatie " Venlose bioscopen vóór WO2" Igitur-Archive Universiteit Utrecht.
-Brief sympatisanten City Theater aan Gemeente Venlo.
-Publicatie sluiting bioscoop 3januari 2001.
-Sjraar van Beek uit Venlo, kleinzoon van Joep, met dank voor zijn persoonlijke bijdrage.

top

STAMVADER VENLOSE TAK.

De tot nu toe bekende oudste stamvader (in Nederland) is gevonden in de registers van de Heerlykheid Wijlré.
Het was Willem Caubo, geboren in ca. 1680 en getrouwd met Engel Hilgerie.

Tot ca. 1850 zijn de meeste Caubo's in Wijlré blijven wonen. Enkele generaties later wordt op 09-03-1863 in Wijlré de stamvader van de z.g. Venlose tak geboren: Hubert Joseph Caubo (overleden 27.02.1926 in Venlo) die gehuwd was met Helena Peukens (geboren in Klimmen op 09.10.1859 en overleden te Venlo op 18.01.1944)

Omstreeks 1889 kwam Hubert Joseph ( Jos ) naar Venlo en vestigde zich in de Lohofstraat, in de nabijheid van het slachthuis, waar hij een druk beklant café dreef. Het duurde echter slechts enkele jaren toen hij reeds verhuisde naar de Steenstraat als café-restauranthouder. ( Dit was de later welbekende zaak van Hommen en nog later van Tiel Titulaer ).

Tot 1896 hield hij het hier vol om dan nogmaals te verhuizen en nu naar de Vleesstraat, waar hij het grote hotel-café-restaurant " die Port van Cleve" overnam.
In de hier achtergelegen tuin ( met kegelbaan ) begon hij een bierbottelarij, alsmede een "spuitwater-en limonadefabriek".
De goede gang van zaken dreef hem er schijnbaar toe tot een nog grotere onderneming en van 1902-1904 verbouwde hij het grote café-restaurant terwijl in de tuin een grote dans-en toneelzaal verrees met meer dan 800 zitplaatsen.
Viering Koninginnedag 30 april 1909 Op zekere dag echter, in 1906, rolde door de bijgelegen grote poort van "van Gend & Loos" een wagen zo groot als een baggermolen naar binnen, waarvan bleek dat daarmee de Direktie van "The American Bioscope" de eerste bioscoopvoorstellingen ging geven in de achterzaal van "Die Port van Cleve".
Dit was de stoot die in 1907 leidde tot het inrichten van een vast bioscoop-theater aan de Vleesstraat 36 te Venlo, welke "de Eerste Venloosche Kinematograph" zou worden. In 1909 werd deze naam gewijzigd in Kinematograph.
Na in de naastgelegen kleine zaal een geweldige installatie te hebben ingericht, werd de eerste tijd gedraaid door middel van acethyleengas. Al spoedig werd dit vervangen door een gasmotor met een groot aantal accu's, waaruit de benodigde stroom werd geput.
Intussen werd in 1911 de naam Kinematograph gewijzigd in "Theater de Variété", en - na een grootse verbouwing in 1912- nadat de houten banken op het balcon netjes met pluche werden overtrokken – in "Elite Bioscope”.
De eerste films kwamen uit Düsseldorf, terwijl al spoedig, door de grote moeilijkheden met de verzending van en naar Duitsland, de films betrokken werden van de firma Pathé Frères (vertegenwoordiging in Amsterdam).
Zo'n programma bestond dan meestal, al naar gelang de lengte, uit 8 tot 12 films.
De entreeprijzen varieerden van 2 groschen (12 cent) in de benedenzaal tot 5 groschen (30 cent) op het balcon.
Spoedig echter werden langere films geproduceerd met een lengte voor een normale voorstelling, waarbij het niet zelden voorkwam dat de film in afleveringen werd vertoond, de z.g. serie-film (soms verdeeld over 6 weken).
Aanvankelijk moesten de films met de hand worden afgedraaid op het projectie-apparaat; langzamerhand ging de techniek een ontwikkeling tegemoet welke grote mogelijkheden voor de film voorspelde.
De stomme films werden oorspronkelijk muzikaal begeleid op de piano, waarbij de explicateur uitleg gaf over de getoonde beelden. Geleidelijk nam een orkestje van 5 - 7 man dit over terwijl de toen dienstdoende "explicateur" met zijn allesovertreffende welbespraaktheid langzamerhand het veld moest ruimen.
Tot 1921 was de exploitatie van de Elite Bioscope nog steeds in handen van de oorspronkelijke stichter: Hubert Joseph Caubo.
Tijdens de kermis van 1920 zou in de Elite Bioscope de Film "Christus" worden vertoond. (Lambertus Hendrikus) Harrie Caubo - de oudste zoon van de eigenaar Hubert Joseph - zou het bedrijf van zijn vader overnemen. Als spectaculaire openingsstunt zou hij op 22 juni uit een vliegtuigje boven Venlo strooibiljetten uitgooien met de tekst: "Christus komt" en daaronder heel klein gedrukt "in de Elite Bioscope Venlo". Er ging iets mis en het vliegtuigje stortte neer op de slagerij Cool aan de Lomstraat en Harrie Caubo verongelukte dodelijk.
Vader Caubo, -die stierf in 1926 - zag kennelijk geen kans meer om het bedrijf zelf te beheren of over te dragen aan een van zijn andere kinderen. Bij gebrek aan opvolging ging de exploitatie van het theater in de periode 1921-1939 over in handen van resp. J. Kleuskens (tot 1931) en A. Zumdick, die de naam van het theater wijzigde in "City - Theater". De familie Caubo bleef wel eigenaar van het gebouw. Met het verdwijnen van Jos Caubo verloor het bedrijf zijn vroegere glansrijke reputatie en profileerde zich steeds meer als een doorsnee zaak.
Vanaf 1939 kwam de exploitatie van het City-Theater weer terug in de handen van de erven Caubo, bestaande uit Louis (1896), Leentje (1902) en Marie ( 1893) Caubo. Louis nam de exploitatie van de bioscoop ter hand en liet de zaak grondig verbouwen en opknappen naar het ontwerp van de bekende Venlose architekt Piet Leusen.
Het ontwerp viel vooral op door zijn prachtige gevel in geel/groene bakstenen. Het is dan ook niet voor niets dat het tijdloze gebouw op de gemeentelijke monumentenlijst werd geplaatst. Het café-restaurant werd geheel bij de zaal getrokken. Er ontstond een modern theater en een moderne toneelruimte, waar zowel de grote revue's alsook de one-man shows hun grote triompfen vierden.
In de oorlogsjaren, bij de zware bombardementen op de stadsbrug van Venlo in oktober 1944, werd het mooie theater door drie zware bommen getroffen en geheel verwoest; alleen de voorgevel bleef intakt.
"Toevallig" had de bezetter juist in september de gehele cabine-inventaris in beslag genomen en "abgeführt".
Er was geen sprake van dat op een spoedige wederopbouw van het theater kon worden gerekend.
Maar de Caubo's bleken echte doorzetters. Tot er een nieuw pand voorhanden was, werden in de jaren 1946-1951 de voorstellingen gegeven in het van de gemeente gehuurde concertgebouw "de Prins van Oranje" aan de Kaldenkerkerweg te Venlo.
Het City-Theater werd echter volgens de originele tekeningen van Leusen weer opgebouwd en in 1951 kon "City" zijn deuren weer openen op de oude plaats aan de Vleesstraat 36 en nu nòg grootser en moderner dan ooit tevoren.
Venlo had weer een theater gekregen dat zonder twijfel de naam "modern theater" verdiende. Het nieuwe "City" bestond uit een zaal met balcon, totaal 800 zitplaatsen, een uitstekende accoustiek, een groot toneel voorzien van alle technische hulpmiddelen en een ruime orkestbak.
Niet alleen voor de toneelvoorzieningen maar ook voor de bioscoop werd de Philips projectie- en geluidsinstallatie uitgerust met de modernste snufjes en last but not least: In 1954 - als een der eerste theaters in Nederland -werd City voorzien van "cinemascope". Een ontwikkeling en vooruitgang waar de exploitanten met recht trots op konden zijn !
Veel problemen om de grote zaal gevuld te krijgen had de familie niet. De zaal zat meestal vol als de R.K. Filmkeuring voor het zuiden weer een film had afgekeurd. Tot achter in de jaren zestig hingen achterin de kerk lijsten, waarop de afgekeurde films stonden !!! Te blote reklamefoto's werden keurig afgeplakt.
Maar.....vanaf de jaren tachtig kreeg de bioscoop veel konkurrentie van de televisie en later de video. Deze vernieuwing nam geleidelijk aan een grote hap uit de aantallen vaste bioscoopbezoekers. De bioscoopzalen werden te groot voor het aantal bezoekers en daardoor ongezellig. De oplossing voor dit probleem werd gezocht in kleinere en gezellig ingerichte theaters met comfortabele zitplaatsen; daardoor werden de grotere theaters opgedeeld zodat er meer mogelijkheden ontstonden.
Ook het City Theater ontkwam niet aan deze "trend" en na deling van het oorspronkelijke pand ontstonden twee afzonderlijke exploitaties n.l. beneden "HY Herenmode" en boven "City Theater Venlo".
De ingrijpende verbouwing en vernieuwing van de inrichting vergde een investering van ruim
1 miljoen gulden.
Het City-Theater is een uniek theater, niet alleen is het de oudste bioscoop van Nederland, maar tevens is het al die jaren geëxploiteerd door één familie.
De exploitatie was inmiddels op 30 november 1968 overgegaan naar de n.v. City Theater Venlo en op 30 mei 1972 naar City Theater Venlo b.v.
Tot 1977 was de directie en exploitatie in handen van Louis J.L. Caubo. In 1977 werd de exploitatie overgegeven aan diens oudste zoon Sef, J.K.H. Caubo. Na diens overlijden in 1989 nam diens zoon Joep ( inmiddels de vierde generatie Caubo ) de exploitatie over. De hoge huur voor het pand, het gebouw was inmiddels geen familie-eigendom meer, alsook de moordende konkurrentie van de grote concerns, waren aanleiding om de bioscoop te sluiten.
Na bijna 100 jaar "Caubo bioscoop" in Venlo is het doek gevallen.
De afscheidsvoorstelling op 7 januari 2001: "de ondergang van de Titanic" had niet toepasselijker kunnen zijn…..

De "Caubo-Bioscoop" traditie werd door Joep weer opgepakt en voortgezet in Reuver (L).





Bron: Uitgave "Geschiedenis van de Venlose Familietak".
Samengesteld en ontworpen door de broers Hay en Wim Caubo, Venlo juni 2008.

top

JEAN MICHEL (JOHANNES MICHAEL) CAUBO.

VERZETSSTRIJDER EN OORLOGSSLACHTOFFER.

Jean Caubo werd geboren op 28-4-1891 te Maastricht als oudste zoon van veldwachter Harie Caubo en Marie Direx.
Hij ging bij de Nederlandse Spoorwegen werken als steward op de internationale trein Amsterdam - Parijs.
Jean trouwde met de Luxemburgse Marie Schenck. Hij was inmiddels als Serveur-Receveur in dienst bij het Franse onderdeel van Wagon Lits en woonde al jaren in Frankrijk. Als gevolg daarvan verfranste hij zijn voornamen in Jean Michel.
In 1927, ze woonden toen in Montrouge een voorstadje van Parijs, werd de tweeling Henri (Jean Hendrik) en Josy (Joseph Hubertus) geboren. Een aantal jaren later en wel op 18-6-1934 werd dochter Jeannine (Jeannine Anne) geboren. Ze woonden toen in 189 Rue de Faubourg Poissonniere Paris 9e arr.
Toen de oorlog uitbrak was Marie met de kinderen op vakantie in Luxemburg en het duurde langer dan een jaar eer ze zich weer bij Jean in Parijs konden voegen.

Gedurende de oorlog was Jean actief in het verzet. In eerste instantie hielp hij vluchtelingen in de internationale trein Amsterdam-Parijs. Later sloot hij zich aan bij de verzetsorganisatie Dutch-Paris. Hij was toen inmiddels werkzaam op het Parijse station Gare du Nord.
De verzetsgroep werd geleid door Jean Weidner, een Nederlander die een textielzaak in Lyon had. Andere leden van de groep waren o.a. Herman Laatsman, Jacques Rens, Benno Nijkerk en Salomon Chait. Deze groep hield zich bezig met het organiseren van ontsnappingsroutes uit bezet gebied naar Zwitserland en Spanje.
Gedurende haar bestaan heeft de groep waarschijnlijk 800 Joden en 200 Geallieerden in veiligheid gebracht.

BETROKKENHEID VAN JEAN'S GEZIN.

Hierover is niet zoveel bekend.
Wel is zeker dat de twee zoons Henri en Josy ook bij de ontsnappingen waren betrokken. Geboren en getogen in Parijs kenden ze overal de weg en hiervan werd gebruik gemaakt. Op bepaalde tijden werden ze geïnstrueerd om vluchtelingen op het Gare du Nord op te halen en naar een bepaald metro-station te brengen. Anderen namen daar dan de vluchtelingen over. Om niet op te vallen werd altijd afgesproken dat de vluchtelingen de twee jongens (16-17 jaar) op een afstand zouden volgen.
Voor wat betreft Jean's echtgenote, Marie Schenck, is het zeker dat zij volledig op de hoogte was van het doen en laten van Jean. Toen de politie het huis binnendrong en het gezin werd gearresteerd, slaagde Marie er in om ongezien belangrijke papieren te verbergen en te vernietigen.
Bovenstaande informatie is afkomstig van zoon Henri, die nog leeft en in Georgia USA woont.

EEN DONKERE DAG VOOR HET VERZET.

Op 9 februari 1944 werd een koerierster van de verzetsgroep in Parijs gearresteerd door Franse politie-inspecteurs van de Brigade d'lnterpellation, een speciale politie-eenheid die samenwerkte met de Duitsers. Het noodlot wilde dat deze koerierster een notitieboekje bij zich had met adressen en andere gegevens, waaronder de naam en het adres van Jean. Dit alles had tot gevolg dat Jean met zijn gezin op 12 februari 1944 werd gearresteerd. Na een aantal dagen werd Marie met de kinderen vrijgelaten. Jean zat toen nog opgesloten in de Prefecture de Police, maar later op een avond werd hij, samen met de koerierster, overgedragen aan de Duitsers en afgevoerd naar het hoofdkwartier van de S.D. in de Rue de Saussaies in Parijs.
Vervolgens zou hij opgesloten hebben gezeten in:
-de gevangenis van Fresnes.
-de gevangenis Romainville in Compiegne.
Hier werd hij eind april 1944 door zijn zoon Henri, in gezelschap van oom Viktor, op de hoogte gesteld van het overlijden op 21 april 1944 van Marie als gevolg van een hartaanval tijdens zware bombardementen op Parijs.
Dit is het laatste contact geweest met Jean.
Hij zou daarna afgevoerd zijn naar:
-het concentratiekamp Natzweiler.
-het concentratiekamp Dachau.
-het aussenkommando Ottobrunn.
-het aussenkommando Dautmergen.
In dat laatste is hij op 13 februari 1945 overleden.

Gevangenissen en kampen

rue_des_saussaies-8e_arr
rue_des_saussaies-8e_arr.jpg
prison de fresnes en 1942
prison de fresnes en 1942.jpg
camp compiegne
camp compiegne.jpg
natzweiler
natzweiler1.jpg
dachau
dachau1.jpg

ONZEKERHEID LOT JEAN.
Gedurende de oorlog maar ook na de bevrijding bestond er grote onzekerheid over het lot van Jean.
Het laatste contact met Jean was van eind april 1944, toen zijn zoon Henri hem bezocht in de gevangenis van Compiegne.
Zijn broer Jos, die Jean had beloofd voor zijn gezin te zorgen als hem iets zou overkomen, stelde alles in het werk om te achterhalen wat er van Jean geworden was.
Op 22 augustus 1945 ontving Jos een brief van een mede-gevangene M. van Beek die berichtte dat Jean eind 1944 overleden zou zijn in Dautmergen en dat de kinderen van Jean nog in leven waren.
Uiteindelijk kreeg hij op 28 september 1945 van het Nederlandse Rode Kruis bericht dat Jean op 13 februari 1945 in het aussenkommando Dautmergen was overleden.
Op 16 oktober 1945 werd e.e.a. nog eens bevestigd door een andere mede-gevangene Bert Spierings uit Rekem België.

Het heeft meer als een jaar geduurd voordat het overlijden van Jean in de Burgerlijke Stand werd ingeschreven.
Via een brief van 11 februari 1947 aan het Nederlands Verbond van Gepatrieerden verzocht Jos om het lichaam van Jean naar Nederland te laten overbrengen. Helaas is dat niet gelukt.

Rode Kruis.jpg
Bericht
Rode Kruis
M.van Beek.jpg
Brief
M. van Beek
Bert Spierings.jpg
Brief
Bert Spierings
Overlijdensregister.jpg
Afschrift
Overlijdensregister
Ned Verb Gerepatrieerden.jpg
Brief aan
Ned Verb Gerepatrieerden

KINDEREN VAN JEAN EN MARIE.
Over het lot van de kinderen heeft lange tijd onduidelijkheid bestaan.
Broer Jos had aan Jean beloofd voor zijn gezin te zorgen als hem iets mocht overkomen. Op grond van deze belofte voelde Jos zich dan ook verplicht om het voogdijschap van de kinderen op zich te nemen.
Het zou een lange en moeizame weg worden.

Direct na de oorlog probeerde Jos een visum te krijgen voor Frankrijk, zodat hij zich persoonlijk van de situatie ter plaatse op de hoogte kon stellen. Op 15 november 1945 ontving Jos een brief van het Ministerie van Buitenlandse Zaken m.b.t. zijn visumaanvraag en dat resulteerde er uiteindelijk in dat Jos in december 1945 de twee jongens persoonlijk in Parijs is gaan halen. Jeannine bleef bij haar oom Victor Schenck, die samen met zijn vrouw tijdelijk in het appartement van Jean in Parijs was getrokken.
Uiteindelijk werd op 14 maart 1947 de benoeming van Jos Caubo tot voogd en van Frits Rijcken (echtgenoot van An Caubo) tot toeziend voogd door de rechtbank uitgesproken.
Het voogdijschap was eindelijk geregeld.

De beide jongens verbleven al sinds december 1945 in Nederland en woonden bij oom Frits en tante An in de Heistraat in Terwinselen. Ofschoon Jos ook als voogd van Jeannine was aangesteld, legde hij zich er uiteindelijk bij neer dat Jeannine bij oom Victor Schenck in Seraing België zou worden opgevoed.

Henri en Josy werden beiden opgeroepen voor militaire dienst, dienden respectievelijk bij de Koninklijke Marine en de Infanterie Huzaren van Boreel, en werden beiden uitgezonden naar Nederlands Indië.
Na zijn militaire diensttijd werkte Josy in een optische instrumentenfabriek in Parijs. Op 21 juli 1951, daags voordat hij in het huwelijk zou treden, sloeg het noodlot toe. Josy verongelukte met een sportvliegtuigje in de omgeving van Le Vésinet een westelijke voorstad van Parijs (Zie ook Familie-Weetjes).
Henri vond na zijn diensttijd geen werk in Nederland. Daarom emigreerde hij in 1957 naar Amerika, waar hij 12 oktober 2008 op 81-jarige leeftijd overleed.
Jeannine trouwde in België en is daar ook blijven wonen.

ONDERSCHEIDINGEN JEAN.

Na de oorlog is Jean postuum onderscheiden:
- 5 maart 1945 Frans-Britse Kruis van Eerbewijs en Verdienste.
-6 september 1946 Orde van de Ridder van het Kruis van Lotharingen.
-Oorkonde namens de President van de Verenigde Staten getekend door Dwight D. Eisenhower.
-30 maart 1947 brief van Koningin Wilhelmina.
-8 juni 1953 Verzetsherdenkingskruis.

croix d'honneur.jpg
Croix d'Honneur
ordre des chevaliers.jpg
L'Ordre des Chevaliers
oorkonde usa.jpg
Oorkonde
President USA
koningin wilhelmina.jpg
Brief
Koningin Wilhelmina

HERDENKING JEAN.
Jean wordt op verschillende plaatsen herdacht:
-Op een plaquette op het Gare du Nord in Parijs staat zijn naam vermeld.
-Op het Ereveld Orry-la-Ville in Senlis in Frankrijk staat zijn naam op een gedenkplaat geschonken door Union Patriotique Néerlandaises.
-Vermelding van zijn naam op de plaquette in Schin op Geul.

TOT SLOT.

Dit is het verhaal van een man die probeerde Joden en Geallieerden te redden van de Duitsers. Zelf heeft hij nooit iemand kwaad gedaan, zelfs de Duitsers niet.
Desondanks werd hij gearresteerd en uiteindelijk stierf hij in een concentratiekamp.
Gedurende zijn gevangenschap overleed zijn vrouw en de wetenschap, dat zijn drie kinderen alleen achterbleven, moet voor hem verschrikkelijk zijn geweest.
Hij kon zelfs niet in zijn geboorteland worden begraven, omdat de plaats waar hij in Dautmergen was begraven onbekend was.
Al met al een tragedie.

Bronnen:
-Boek "Vlucht naar de Vrijheid" van Herbert Ford.
-Boek "Oorlogsherinneringen 1939-1945 Schin op Geul" van Heemkundevereniging Schin op Geul.
-Krantenpublicaties.

top

HET WERKZAME LEVEN VAN HUBERT JOSEPH (JOS, SJEUF) CAUBO.

Het werkzame leven van Jos (Sjeuf) Caubo, geboren op 30-4-1893 in Meerssen en overleden op 24-12-1964 in Heerlen, zal voor zijn generatie niet echt bijzonder zijn geweest.
Wat wel bijzonder is, is dat hij van al zijn banen een getuigschrift heeft gevraagd en dat die ook bewaard zijn gebleven.
Net als veel van zijn generatiegenoten begon hij op 13-jarige leeftijd, na de lagere school, te werken en wel als dienstknecht bij barones de Schrader-de Villers de Pité op Kasteel Oost in Valkenburg. Hier bleef hij drie jaar.
Na diverse andere banen en de militaire dienst begon hij in 1923 op de staatsmijn Hendrik. Het grootste gedeelte van zijn tijd werkte hij daar als ondergronds machinist (penning 1626). Het werk op de mijn was zwaar en niet ongevaarlijk. Zijn oudste zoon Harry herinnert zich uit die tijd nog dat hij eens thuis kwam met een gebroken arm en een andere keer met een gescheurd oor. Over de oorlogstijd herinnert hij zich nog dat de mijnwerkers 6 dagen per week en ook nog twee zondagen moesten werken. Dat kwam er op neer dat je maar twee dagen per maand vrij was. Voor het werken op zondag werd een premie betaald en daarnaast kreeg je ook nog een flesje jenever, een worst en een paar repen gevulde chocolade. De jenever werd meestal bij de boeren geruild voor eten.
Op zijn 65ste, na 52 jaar werken, is Sjeuf met pensioen gegaan, waarvan hij nog een 6-tal jaren heeft kunnen genieten.

Een overzicht:

1/5 1906-1/5 1909 dienstknecht op Kasteel Oost in Valkenburg; getuigschrift van barones de Schrader geboren de Villers de Pité.

1/5 1909-1/9 1911 dienstknecht op Kasteel Schaloen te Schin op Geul; getuigschrift van graaf de Villers Masbourg.

27/6 1912-1/10/ 1915 dienstknecht in Brussel; getuigschrift van baron Victor d'Huart.

1/10 1915-12/7 1917 militaire dienst 2e regiment infanterie 1e bataljon 3e compagnie te Oud Gastel; hulpadministrateur,
op 30-10-1916 benoeming tot reserve facteur; getuigschrift van administrateur.

10/7 1918-7/5 1921 opzichter bij Maatschappij tot exploitatie van Kalk en Mergelgroeven te Valkenburg; getuigschrift idem.

10/12 1921-29/2 1922
24/4 1922-28/7 1922
12/12 1922-8/9 1923 medewerker controle materialen bij Limburgsche Tramweg Maatschappij te Maastricht; getuigschrift idem.



1923-1958 ondergronds machinist Staatsmijn Hendrik te Brunssum.top


JOS (SJEUF) CAUBO RAADSLID EN WETHOUDER.

Jos (Hubert Joseph) Caubo was in zijn jonge jaren ook actief in de politiek. Van 1919 tot 1927 (?) was hij wethouder en raadslid in de gemeenteraad van zijn geboorteplaats Schin op Geul. Een aantal stukken uit die tijd bevestigen e.e.a. en schetsen een beeld van het politieke gebeuren in die tijd.



1. Uitslag gemeenteraadsverkiezing te Schin op Geulle van 20-5-1919, waarbij Jos met 56 stemmen werd gekozen.

  
  

2.Uitslag gemeenteraadsverkiezing te Schin op Geulle van 16-5-1923, waarbij Jos met 62 stemmen werd gekozen.

  
   

3. Raadsverslagen gemeente Schin op Geulle.
RAADSVERSLAGEN
vk19.jpg(150 KB)
vk19.jpg
vk18.jpg(137 KB)
vk18.jpg
vk17.jpg(60,0 KB)
vk17.jpg
vk16.jpg(152 KB)
vk16.jpg
vk15.jpg(127 KB)
vk15.jpg
vk14.jpg(143 KB)
vk14.jpg
vk13.jpg(112 KB)
vk13.jpg
4.Wetenswaardigheden.

  
Aansluiting op provinciaal electrisch hoogspanningsnet
Bezoldiging wethouder.
top

 Met dank aan de heer Veders van de gemeente Valkenburg aan de Geul voor het opzoeken en leveren van bovenstaande archiefstukken.


HERDENKINGSPLAQUETTE SCHIN OP GEUL.


Hierboven een afbeelding van de HERDENKINGSPLAQUETTE op het Kerkplein in Schin op Geul.

Naast de namen van twee Schin op Geulenaren is hierop ook de naam vermeld van
Jean Michael (Sjeng) (doopnamen Johannes Michael) Caubo.

Het verhaal over de belevenissen van Jean tijdens de 2e wereldoorlog is o.a beschreven in het boek Oorlogsherinneringen uitgegeven door de Heemkundevereniging Schin op Geul.
E.e.a. is ook na te lezen op onze website (Schin op Geulse tak wetenswaardigheid 5).

Bij de eerste herdenkingsbijeenkomst op 4 mei 1995 waren ook Henri (John) en Jeannine uitgenodigd. Ze waren op die dag vergezeld van Josy en Joe.

Dat de plaquette er is gekomen is mede te danken aan de inzet van Eveline Caubo.



DODENHERDENKING zondag 4 mei 2008.


Ter gelegenheid van Dodenherdenking werden er op zondag 4 mei 2008 om 1200 uur bij de plaquette in Schin op Geul weer bloemen gelegd door burgemeester drs. M.J.A. Eurlings namens de gemeente Valkenburg a/d Geul en door Eveline Caubo namens de Caubo's.
















Met dank aan Jos Caubo, neef van Eveline, voor het beschikbaar stellen van de foto's.

DODENHERDENKING 2010.




















Ook in 2010 was er weer een Dodenherdenking in Schin op Geul.
Burgemeester Eurlings en Eveline Caubo legden op dinsdag 4 mei bloemen bij de Plaquette op het Kerkplein en herdachten de 3 slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
Voor Eveline was dit de 15e keer dat zij aan deze plechtigheid deelnam.
Een woord van dank namens alle Caubo's is hier zeker op zijn plaats !


Dodenherdenking 2011 in Schin op Geul met Burgemeester Eurlings en Eveline Caubo waarbij een aantal familieleden.



Dodenherdenking 2012 in Schin op Geul met Burgemeester Eurlings en een aantal familieleden.



Dodenherdenking 2013 in Schin op Geul met Burgemeester Eurlings, Eveline Caubo en een afvaardiging van de Oud-Strijders. Ook waren er weer een aantal familieleden bij aanwezig.



De Dodenherdenking 2014 in Schin op Geul met Burgemeester Eurlings en Eveline Caubo is uitgegroeid tot een bijzonder gebeuren. De belangstelling was overweldigend. Er waren ook weer een aantal familieleden aanwezig. Daarnaast was er een afvaardiging van de Oud-Strijders en werd de muziek verzorgd door fanfare St.Cornelius.



*Jean Michel Caubo wordt ook in Frankrijk herdacht en wel op het Oorlogsmonument in Senlis, 40 km ten noorden van Parijs en op het Gare du Nord in Parijs.

top

CAUBO'S IN THE U.S.A.


Van de Schin op Geulse tak zijn twee Caubo's geëmigreerd naar de Verenigde Staten van Amerika.
Het zijn:
1). Jean Hendrik (Henri) Caubo getrouwd met Cornelia Eestermans.
2). Joseph Hendrik (Harry) Caubo getrouwd met Josephina (Jos)(Josie) Schols.

Het verhaal van Harry:
Harry werd geboren op 16-8-1932 in de Vroedvrouwenschool te Heerlen als oudste zoon van Hubert Joseph (Jos)(Sjöf) Caubo en Maria (Maartje) Schaap. Later werden uit dit gezin nog Dolf en Eveline geboren.
Zijn militaire diensttijd bracht Harry van
1952-1954 door bij de Commando Troepen in Roosendaal en vandaar uit werd hij in 1953 ingezet bij de reddingswerkzaamheden bij de Watersnoodsramp in Zeeland.
Voor zijn emigratie werkte Harry 10 jaar als ambtenaar op het postkantoor in Heerlen.
De situatie in Nederland was in die jaren, als gevolg van de Tweede Wereldoorlog, verre van rooskleurig. Als je b.v. wilde trouwen moest je jarenlang op een wachtlijst staan om een huis of een appartement te kunnen huren. Verder verdiende je bijna niets en perspectief om vooruit te komen was er nauwelijks.


In die tijd stimuleerde de Nederlandse regering het emigreren en er waren overal emigratiekantoren die je hielpen met alle papieren en visa's die nodig waren.
Harry had toen verkering met Josephina (Jos) Schols uit Hoensbroek en samen besloten ze te emigreren.

Op 7 januari 1958 was het dan zover, ze emigreerden naar Amerika en kwamen in Miami Florida terecht. Ze trouwden daar op 26 april 1958. In 1963 lieten ze zich tot Amerikaan naturaliseren en in datzelfde jaar werd ook hun zoon Paul geboren.

In het begin hadden ze, net als iedereen, bescheiden baantjes, maar al vlug ging alles beter.
Harry kreeg uiteindelijk een baan bij een Amerikaanse Luchtvaart Maatschappij, waar hij na 8 jaar manager werd en 34 jaar heeft gewerkt.
Jos heeft het diploma gediplomeerd verpleegster behaald en heeft voor een groot ziekenhuis in Miami Florida en St.George Utah gewerkt. Omdat ze het prachtig werk vindt, werkt ze nog steeds 1 of 2 dagen per week.
Hun zoon Paul woont momenteel aan de Oostkust in Baltimore Maryland en is afgestudeerd aan de United States Merchant Marine Academy in New York. Hij is daarna een paar jaar kapitein op zeeschepen geweest en is nu loods in Baltimore Maryland waar hij de zeeschepen vanuit de haven van
Baltimore naar zee loodst. (een trip van 240 km)

Als ze terugkijken hebben ze een prachtig leven gehad. Eerst 34 jaar in Zuid Florida en nu sinds 1993 in het mooie Zuid-Utah in het verre Westen van Amerika. Ze hebben er nooit spijt van gehad dat ze destijds de grote stap hebben gewaagd.
Amerika is een prachtig land, werkelijk het land van de vrijheid, alles is groot, van Oost naar West is het 5-6 uur vliegen. Een Nationaal Park in Amerika is net zo groot als Limburg en Brabant samen.
Harry en Josie wonen nu in Zuid Utah in een prachtige omgeving, 2 uur van de Grand Canyon en vlakbij het Zion National Park.

Tot zover het verhaal van Josie en Harry. top



CAUBO'S IN AUSTRALIË.


Een Caubo van de Vaalser tak emigreerde naar Australië. Het was Carl F. (Frederic) Caubo geboren in Maastricht op 12-5-1926. (Persoonsgegevens zie "Stamboom Parenteel Vaalser tak onder 1.1.4.2)
Tijdens de tweede wereldoorlog diende Carl vanaf 1944 als sergeant in het Amerikaanse Leger in de E.T.O. (European Theater of Operations) en later in het Nederlandse Leger in de jungle oorlog in Indië. In 1950 keerde hij terug naar Nederland en werd gedemobiliseerd.
Nadat hij enige tijd in het garagebedrijf in Vaals had gewerkt, besloot hij, op basis van de regeling "Ex-Servicemen Scheme", naar Australië te emigreren. En zo vertrok hij in 1952 met het emigrantenschip J. van Oldenbarnevelt naar Australië.
Op 6-6-1952 kwam hij aan in de haven van Fremantle Australië.
In Australië ontmoette hij Ada Mitchell, een mooi Australisch meisje, waarmee hij in 1959 trouwde. Ze kregen twee zoons Paul en Martin.

Paul is monteur van zware machines en tevens chauffeur zwaar transport lange afstand. Martin is officier bij de Australische Koninklijke Luchtmacht . (Persoonsgegevens zie "Stamboom Parenteel Vaalser tak onder 1.1.4.2.1 en 1.1.4.2.2).
In 1957 liet Carl zich tot Australiër naturaliseren.
Carl heeft een carrière opgebouwd in de accountancy, Krediet en Financieel Management. Voor zijn pensionering was hij de Nationale Krediet Manager van zijn company voor heel Australië.
Ada en Carl zijn beiden vrijwilliger bij het Rode Kruis en zijn ook werkzaam bij de Veteranen Organisaties. Zij zijn zeer gelukkig getrouwd en zijn verschillende keren in Holland geweest. Zij wonen in West Australië in de hoofdstad Perth.
Men zegt: "Gaat en vermenigvuldigd U" en dat hebben ze inderdaad gedaan, zodat ook nu in Australië de naam Caubo bekend is.

De Caubo's in Australië hebben zich altijd afgevraagd waar de naam Caubo eigenlijk vandaan komt. Volgens de heer Jos Croft van "Inkijk"
(hij heeft verschillende Nederlands/Latijnse namen geregistreerd) komt de naam Caubo oorspronkelijk uit de Spaans/Franse tijd en wel van het woord "caupo" dat in het Latijn waard, herbergier betekent.

Tot zover het verhaal van Carl Caubo.

top

Fam. C.F.&A Caubo-Mitchell 10 Hendra Street Cloverdale 6105 Western Australia.


CAUBO'S IN SPANJE.


Op de website van de Mormonen tref je ook de naam Caubo aan en vind je o.a. een aantal Caubo's in Spanje. Of er een relatie bestaat naar de Nederlandse Caubo's is niet duidelijk. Of de veronderstelling dat de Caubo's oorspronkelijk uit Spanje afkomstig zijn hiermee wordt bevestigd is de vraag.

Een aantal namen:
1. Miguel Caubo gehuwd met Margarida Y Matas
kinderen:
- Joan Miquel Joseph geb. 27-1-1780 Camplloch Gerona.
- Maria Victoria Theresa geb. 14-7-1785 Camplloch Gerona.
2. Marti Caubo gehuwd met Catharina Lloberas
kinderen:
- Catharina Victoria Y Eularia geb. 5-7-1795 San Martin Cassa de la Selva Gerona.
- Estevan gehuwd 14-5-1818 met Rosa Christia (zie 3).
2a.Marti Caubo gehuwd met Maria Vincens.
kinderen:
-Maria Francisca Rosa geb. 31-7-1806 San Martin Cassa de la Selva Gerona.
3. Estevan Caubo 14-5-1818 gehuwd met Rosa Christia.
kinderen:
-Maria Catharina Josepha geb. 17-10-1819 San Martin Cassa de la Selva Gerona.
-Francisca Rosa Antonia geb. 1-9-1822 San Martin Cassa de la Selva Gerona 11-11-1850 gehuwd met Angel Barnes.
4. Theresa Caubo gehuwd met Miguel Sole.
kinderen:
-Antonia Vincente Francisca Sole Caubo geb. 23-1-1824 Vidreras Gerona.
-Francisca Coloma Theresa Sole Caubo geb. 4-3-1816 Vidreras Gerona.
top -Maria Francisca Catharina Sole Caubo geb. 8-12-1820 Vidreras Gerona.
-Maria Catharina Rosa Sole Caubo geb. 15-8-1814 Vidreras Gerona.


Terug naar
startpagina

versie:05052013

Jurre